EN 131 en EN 132 voor ladders en trappen

In Nederland worden strenge eisen gesteld aan het gebruik en functioneren van ladders en trappen. Er gebeuren namelijk regelmatig ongevallen met ladders en trappen, maar in Nederland een stuk minder dan in andere landen. Dat komt waarschijnlijk door aanvullingen op de EN 131 en 132; hoge eisen die gesteld worden aan ladders en trappen in Nederland. De minimale eisen voor ladders en trappen zijn vastgelegd in het Besluit Draagbaar Klimmaterieel van de Warenwet. Alle ladders en trappen in Nederland moeten aan dit besluit voldoen; zowel voor de consumentenmarkt als de professionele markt. Ook is er een Nederlandse norm: NEN 2484 voor draagbaar klimmaterieel. De EN 131 en 132 zijn Europese normen en het veiligheidsniveau wat hierin beschreven staat is lager dan dat in Nederland geëist wordt in het Besluit Draagbaar Klimmaterieel.

 

Veranderingen aan de EN 131

Per 1 januari 2018 zijn er wijzigingen aangebracht aan de EN 131. EN 131-1 is de Europese norm van ladders, vouwladders en trappen waarin alles staat over termen, definities en maatvoeringen. In de EN 131-2 staat alles over testen waaraan de producten moeten voldoen. Beide normen zijn per 1 januari 2018 gewijzigd. Het gaat daarbij om de volgende veranderingen:

– Basisverbreding

Alle ladders die als enkele ladder kunnen worden gebruikt en langer zijn dan 3 meter, hebben een basisverbreding nodig. Afhankelijk van de lengte, zorgt dat voor een basisverbreding van maximaal 1,2 meter. Dit zorgt niet alleen voor veranderingen bij enkele ladders, maar ook bij ladders die uit meerdere delen bestaan. Bij opsteekladders en reformladders die bijvoorbeeld ingeschoven langer zijn dan 3 meter, mogen de onderdelen van de ladder niet meer afzonderlijk worden gebruikt.

– Stabiliteit ladderbomen

Hierbij wordt de stabiliteit van de ladderboom getest. Dit wordt getest door de trede of sport niet gecentreerd in gebruikspositie met een bepaald gewicht te belasten. Na de test is de eis dat de ladder niet beschadigd is en het functioneren gewaarborgd is.

– 
Torsie trappen

De torsie van trappen en dus de stijfheid wordt hierbij getest. Door een voet klemvast te zetten, het platform van de trap te belasten en aan de zijkant van de trap te trekken met een bepaalde kracht, wordt dit getest. De eis is hierbij dat tijdens deze belasting, de andere voet maximaal 25 millimeter vanaf de uitgangsposities mag bewegen.

– Torsie ladders

Ook de torsie van ladders, en dus de stijfheid, worden getest. De ladder wordt eerst in het midden belast en na 30 seconden weer weggenomen. Deze waarde wordt als uitgangswaarde gehanteerd. Hierna wordt een boom in het midden met meer gewicht belast en wordt de vervorming van de bomen gemeten in relatie tot de uitgangswaarde. De eis is hierbij dat het verschil tussen de vervorming van de twee bomen maximaal 0,07 van de ladderbreedte mag bedragen.

– Duurzaamheid

Ook de duurzaamheid van trappen wordt getest. Zo worden de bovenste en middelste trede 10.000 keer (non-professional) en 50.000 keer (professional) belast, waarbij er geen beschadigingen mogen ontstaan.

– Slipvastheid

De slipvastheid van de ladderschoenen wordt getest. Hierbij staat de ladder op een glazen plaat waarbij de ladder in het midden wordt belast. Dit wordt 4 keer herhaald en de eis is dat de voeten van de ladder maximaal 40 millimeter binnen 1 minuut mogen verschuiven.

VGS en TUV keurmerken gericht op de EN-131 en EN-132

Er zijn verschillende bedrijven die ladders en trappen testen en dat natuurlijk doen aan de hand van de EN 131 en EN 132. De meest bekende in deze wereld zijn wel de VGS en TUV keurmerken. Dit zijn beide Belgische keurmerken en trappen en ladders die hieraan voldoen zijn voorzien van een certificaat en/of sticker.

Overige rolsteiger keurmerken en certificering

Lees meer over overige rolsteiger keurmerken en certificering op:
– NEN-EN 1004 en NEN-EN 1298 voor rolsteigers: dit houdt het in
– EN-131 en EN-132 voor ladders en trappen
– Rolsteiger.net: aangesloten bij het VSB netwerk